1. Maak de eerste handeling minder automatisch. Haal de app uit het Dock of van je eerste startscherm, zet de badge uit of leg de telefoon buiten bereik tijdens het moment waarop je gewoonlijk checkt. Het gaat er niet om je hele telefoon te verbergen. Het gaat erom een moment te creëren waarin je de greep kunt opmerken.
2. Houd één moeiteloos alternatief klaar. “Iets anders doen” is te vaag als je moe bent of wacht. Kies een klein standaardalternatief dat past bij de context: een minuut uit het raam kijken, thee zetten, strekken, de volgende taak op papier schrijven of gewoon wachten zonder een app te openen. Een goed alternatief is klein genoeg dat je het echt gebruikt.
3. Scheid een nuttige check van een feedcheck. Als je op een bericht moet antwoorden of een treintijd moet checken, doe dan dat ene ding. Benoem de taak vóórdat je je telefoon ontgrendelt. Als het klaar is, leg je de telefoon weg vóórdat je de app opent die normaal volgt.
4. Verminder ook externe aanleidingen. Meldingen zijn niet het hele verhaal, maar ze kunnen het patroon versterken. Zet onbelangrijke alerts, badges, geluiden en previews uit voor de apps die je routinematig naar binnen trekken. Zie hoe je app-meldingen op de iPhone uitzet voor de exacte instellingen.
5. Verander één trigger-app, niet je hele leven. Begin met de app die je het vaakst opent zonder specifieke reden. Een gericht experiment levert meer op dan in één keer elke app verbannen.